Dichter bij de kano – Sjoerd Spanninga



INDIAN SUMMER

KV STERRENSTROOM

Heeft de kanor een kano nodig? Eigenlijk niet. De roodhuid in het gedicht van Sjoerd Spanninga gebruikt de maan om in te schepen. De sterrenstroom wacht. We zijn hier in de wereld van de verbeelding, het echte peddelwerk ligt achter ons. Dat is het ultieme doel: luchtkanoën. Want is onze sport werkelijk zo leuk, zoals Kanotities ons wil doen geloven?                                                                         In tijden van depressie kocht ik mijn eerste tweedehands Gans in Deventer om ontspannend over de IJssel te varen. Genezingsbevorderend zou het zijn. Therapeutisch peddelen kan bestaan maar ik werd er alleen somberder van. Hoogst sporadisch vergat ik alles, wat de bedoeling was.

In een volgende fase blijf je plakken aan een vrouw, er komen kinderen en word je aangepraat: geluk is een Canadees met de hele familie! Kamperen in Zweedse wouden of gewoon Markrite, het is allemaal even mooi! Wie zijn gezin wil aaien gaat peddelen. Wij op pad voor een Canadees. Een enorme Mohawk werd het, met zo’n zeil en grote ronde gaten. Voor een spotprijs. Een tweedehands auto heeft altijd een oud dametje met een verwarmde garage achter de rug, een goedkope kano rampspoed. ’Een vriendenprijsje’ zei de verkoper, ’de vorige eigenaar ging met zijn vrouw meteen de Waal op: zij voorin, hij achter. De tussenliggende gaten werden gevuld met hun Labradors. Loops, als je het mij vraagt! Op een voorbijvarend binnenschip zat een vrouwtjeslabrador of hoe zo’n beest heet. De jongens waren niet te houden. De Mohawk ook niet. Die vrouw zei, nadat ze bijna verdronken was: ‘Vandaag gaat die kano nog terug al is het voor niks’. En ik wil niet verdienen aan andermans ongeluk!’ eindigde hij zalvend. Gekocht dus. Mijn vrouw vond er meteen al niets aan en de kinderen, als ze al eens meegingen, zaten met sjagrijnige koppen voorin. Ook sloegen we om in het Apeldoorns-kanaal met vier volwassen familieleden. Mijn schoonvader zag bril en autosleutels nooit meer terug. In de sloot achter ons huis zag ik in aanleg blije echtparen veranderen in verbeten zwijgers met één wens: de thuishaven.

Nu wonen we aan de rivier. De blauwe Gans ligt in een comfortabel botenhuis maar komt er weinig uit. Er is wel een club krasse liefhebbers: om de bocht van de rivier varen, koffie mee en dan weer terug. Maar de rug is er niet meer op gebouwd en bejaarde pikbroekerij leidt te vaak tot een baard. Nu pas, na dit hele kanoleven, begrijp ik de roodhuid, zittend voor zijn tent. Alle tochten heeft hij gevaren maar hij laat het achter zich. Hij creëert zijn eigen schemerlandschap en gaat scheep voorbij de laatste stad om in sterrenstromen te varen. De echte kanoër ontdekt uiteindelijk de virtuele kano voor de prachtigste tochten. Sjoerd Spanninga (zijn Friezen niet grote romantici?) roept de indiaan in ons wakker. Ooit voer je op Fluessen, Roer, Lek of Kerk-Ae. Nu is het tijd voor het maanschip dat je overal brengt. Je kanoleven tot nu toe was niet dan een opmaat voor ‘het blinkende morgenmeer van de vrede’. Een ander ziet alleen gras voor de tipi van de roodhuid. Wij weten beter voor onze wigwam. Wij varen in Grote Maankano. De TKN heeft er een nieuwe club bij: KV Sterrenstroom.

De Roos van Culemborg ziet overal poëzie.  Zorgeloos maken we plannen en met fantasierijke hulp van partners wordt er iedere maand een mooi programma geprogrammeerd. Nieuwsgierig? Klik hier.

 

Roos logo

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.