Dichter bij de kano – Micha Hamel


Missing Link

Micha Hamel (1970) is van huis uit componist. Dat is te merken in zijn gedichten. Klanken leveren vuurwerk op zoals het eerste woord in het gedicht ‘Beginnen’ (I): Knokkels slepen… Het grote gebaar kenmerkt ook de inhoud. Dit gedicht in twee delen behandelt de gang van cel tot denkend wezen. In 1938 werd een onbekende vis ontdekt (De Telegraaf: Prehistorische visch gevangen!): de coelacant. Die hoort uitgestorven te zijn maar is het niet. Gerrit Achterberg schreef toen het beroemde gedicht Ichthyologie waarin via de vondst van de coelacant zelfs bij God op tafel gekeken kon worden. Zo ver gaat Hamel niet maar zijn gedicht is zeker visionair. En kijk, dé grote sprong vooruit van de primaat is de stap in de kano! Deze innovatieve wijze van bewegen voert de nieuwbakken kajakker tot geduld, loeren, peinzen, vissen, handelen en liefhebben. Zijn herseninhoud groeit ‘weg van aap, weg van thuis’. Het humane avontuur kan beginnen. Elke keer als een eenvoudige kanoër vaart, herbeleeft hij deze oerervaring. Ultieme intelligentie en innovatieve aandrang zijn ons kenmerk. De mensheid weet dat niet, wij wel.

De Lek lacht met Ruysdael-wolken, het landschap lonkt en het aantal gekken in grote speedboten lijkt beperkt. Kanoën dus. Een grote logistieke operatie met moeilijke beslispunten. Een touwtje om je bril aan de achterkant? Mijn vrouw dringt daar op aan maar vandaag ben ik lui en laat haar praten. De gehoorapparaatjes (800 euro per stuk!)? Als ik ze thuislaat hoor ik die tanker niet aankomen. Ach, laat ze in, wat kan er gebeuren? Zwembroek en handdoek tussen de knieën, een kussentje voor de rug want de Gans is Spartaans. Spatschort mee? Aanstellerig op zo’n mooie dag. De portemonnee wel. Het einddoel is het Veerhuis bij Beusichem en daar willen ze geld zien. Telefoontje, waar laat ik dat? De sleutel van de kanoloods! Het is bijna teveel maar tenslotte vaar ik. Dit zijn momenten van onbetamelijk geluk: water, wind, wolken. Dat heb je binnen. De tocht gaat stroomopwaarts. Het water voelt warm en ik leg aan op een strandje. De kano opgetrokken, de kleine spullen in een schoen, omkleden en daar gaat de zwemmer, terug naar de rivier. Het water is wel laag. Het zand nat en hard. Kijk, daar vaart een grote boot. Dan komt het dat water straks terug. Daar is de golf al. Wel een grote! Niet vaak zo’n hoge gezien. Ik blijf eens kijken en zie al mijn spullen meegesleurd worden. De bril verdwijnt, het telefoontje is al weg, verrek daar drijft een gehoorapparaatje van 800 euro. Waar is het andere? Portemonnee en kleren verdwenen. De kano zelf kan ik nog net pakken. Trouwens, heb ik dit al niet eerder meegemaakt? Aan de Waal, een paar jaar geleden? Ook alles kwijt in de golf van een tanker? Als drenkeling mag ik ergens bellen, mijn vrouw komt, de ontvangst is uiterst koel, het vriendelijkste woord is nog ‘handelingsonbekwaam’. De kanoër voelt zich een primaat met nog een lange ontwikkelingsweg voor zich.

Alles is dus anders. Een glas is halfvol of halfleeg. Moeten we het gedicht niet anders zien? In plaats van triomf bescheidenheid? De kano is de eerste stap van de ontwikkeling: het gaat er nog aapachtig aan toe onder peddelaars. Wij zijn het begin, niet het eindpunt van de menselijke beschavingsgeschiedenis. Nodig maar pijnlijk is de vraag: is de kanoër een prehistorische sporter? Meer aap dan mens? Ver na hem komen de intelligente bewegers. Daar duidt die Hamel natuurlijk op. En de casestory. De KNTB is dé Nederlandse primatenvereniging onder de sportbonden, de kanoër de coelacant, missing link tussen aap en mens.

De Roos van Culemborg ziet overal poëzie.  Zorgeloos maken we plannen en met fantasierijke hulp van partners wordt er iedere maand een mooi programma geprogrammeerd. Nieuwsgierig? Klik hier.

 

Roos logo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.